VERDEDIGEN en PARTIJSPELEN
Verdedigen
1. Storen en veroveren van de bal
2. Verdedigen dieptespel tegenstander
1.1 - 4 tegen 4 met 4 kleine doeltjes
2.1 - 4 tegen 4 lang smal veld
1.2 - 4 tegen 3 met 4 kleine doeltjes
2.2 - 4(+k) tegen 3(+k) lang smal veld - grote doelen
1.3 - 3 tegen 2 met 4 kleine doeltjes
2.3 - 4 tegen 3 lang smal veld - kleine doeltjes
1.5 - 5 tegen 3 positiespel
2.6 - 5 tegen 3 positiespel - smal veld
1.7 - 4 tegen 2 positiespel
2.8 - 4 tegen 2 positiespel - smal veld
3. Verdedigen in 1 tegen 1 situatie
4. Verdedigen tegenpartij die achterlijn haalt
3.1 4 tegen 4 lijnvoetbal
4.1. - 4(+k) tegen 4(+k) breed/kort veld-grote doelen
3.2 - 4 tegen 3 lijnvoetbal
4.2 - 4(+k) tegen 3(+k) breed/kort veld - grote doelen
3.3 - 2(+k) tegen 2(+k) grote doelen
4.3 - vrije voorzet - 4(+k) tegen 4(+k)
3.4 - 2 tegen 2 lijnvoetbal
4.4 - 3(+k) tegen 2(+k) breed/kort veld - grote doelen
3.5 - 1(+k) tegen 1(+k) tegenstander van voren
3.6 - 1 tegen 1 lijnvoetbal
3.7 - 1 tegen 1 met 4 doeltjes
3.8 - 1(+k) tegen 1(+k) tegenstander van opzij
5. Voorkomen van doelpunten
Partijspelen
5.1 - 4(+k) tegen 4(+k) - grote doelen
1 - 9 tegen 9
5.2 - 4(+k) tegen 3(+k) - grote doelen
2 - 8 tegen 8
5.3 - 3(+k) tegen 2(+k) - grote doelen
3 - 7 tegen 7
5.4 - 2(+k) tegen 2(+k) - grote doelen
4 - 6 tegen 6
5.6 - 1 (+k) tegen 1(+k) - tegenstander van voren
5 - 5 tegen 5
5.7 - 1 (+k) tegen 1(+k) - tegenstander van opzij
6 - 4 tegen 4
AANVALLEN
(klik hier)